Brussel leidt de dans

14-09-2010 - door PvdA gedeputeerde Dick Buursink

Veel bestuurders en ambtenaren zijn bezig met economisch beleid - of wat daar voor doorgaat.  Interessant is het antwoord op de vraag wie er werkelijk sturing op geeft. De gemeenten, en vooral de grote gemeenten, denken dat zij er actief op kunnen en moeten sturen.

Feitelijk kan vastgesteld worden dat kaders voor economisch beleid in toenemende mate in Europa worden bepaald. Dat kan ook eigenlijk niet anders, want in de economie is ‘de wereld’ het speelveld. De blokken Azie, China, Amerika en Europa proberen zich ten opzichte van elkaar in positie te manoeuvreren om, op het terrein van innovatie, onderzoek, vermarkten van kennis in producten die iets nieuws toevoegen, te excelleren.

In Europa wordt gewerkt aan het 8e kaderprogramma. Daarbij wordt de focus gelegd op het onderkennen en ondersteunen van die ontwikkelingen die op die wereldschaal onderscheidend zijn. Als je in Brussel je oor te luisteren legt, dan is er vanuit dat perspectief in de lidstaat Nederland hooguit ruimte voor twee tot drie focusprojecten die de titel excellent kunnen krijgen. En die daarmee vanuit Europese middelen voor financiële ondersteuning in aanmerking komen. Van het 7e kaderprogramma is geleerd dat de Commissie zich zelf een grotere rol wil toebedelen en dat het beter vermarkten van resultaten van onderzoeksprogramma’s veel meer aandacht krijgt. Ook is de inzet dat de EU zich meer met de maatschappelijke agenda wil verbinden. Maar liefst zeven commissarissen houden zich bezig met het 8e Kaderprogramma.

Dat vooronderstelt dat in Nederland snel door externe visitatie vanuit Europa wordt vastgesteld welke ontwikkelingen zo onderscheidend zijn dat ze deze status kunnen krijgen. Nederlandse steden en regio’s moeten het idee loslaten dat zij daarop echt sturing kunnen geven. Hooguit kan enige regie worden gegeven op de benodigde samenwerking.
De vier landsdelen zullen moeten accepteren dat ze samen, voor de objectief vastgestelde excellente ontwikkelingen, zullen moeten gaan.

Excellent zijn in de ogen van de Brusselse medewerkers die ik gesproken heb, die programma’s die bij de wereldtop op dat terrein horen. En ons is verzekerd dat kenmerkend daarvoor is dat het praktisch gesproken gaat om samenwerkingsprojecten op wereldschaal waarbij vaak meerdere universiteiten en bedrijven betrokken zijn. De idee dat een individuele gemeente of samenwerkende gemeenten daarin een doorslaggevende rol kunnen spelen moet naar het rijk der fabelen verwezen worden.

De Nederlandse landsdelen zullen gezamenlijk focus moeten bepalen op die programma’s om überhaupt een kans te maken in de beoordeling die in Brussel gemaakt gaat worden. Inzet daar ligt op 7 zogenaamde Flag Ship thema’s. Dat zijn thema’s die te maken hebben met digitale agenda en innovatie, krimp, armoede, jeugd, grondstoffeneindigheid en ‘vergroening’, water en klimaatverandering.

Oost Nederland zal alle zeilen moeten bijzetten om er voor te zorgen dat het onderzoek dat gepleegd wordt in NANO technologie, medische research die daaraan gekoppeld is en de kennis rond voedsel, op die thema’s gefocust gaan worden. Dat vraagt een zeer intensieve samenwerking op onderzoeksprogramma’s waarbij de samenwerkende universiteiten, hogescholen en de top van het innoverende bedrijfsleven elkaar moeten vinden. Dat kan en moet vaak zelfs landsgrensoverschrijdend gebeuren.

De gemeenten moeten hun rol goed oppakken. Zorgen voor randvoorwaarden in de sfeer van infrastructuur, beschikbaarheid van ruimte om daadwerkelijk (ruimtelijk) ook voldoende massa te kunnen creëren. Zorgen dat mensen graag in de je regio willen wonen door voldoende aantrekkelijke woonplekken, voldoende basisvoorzieningen voor de kritische consument in de sfeer van onderwijs, cultuur, zorg, detailhanden en recreatie. Zorg dat mensen graag in je omgeving willen wonen. Daar heeft de gemiddelde gemeente de handen al meer dan vol aan.

De landsdelen zullen samenwerkend (en ook grensoverschrijdend) de grootsheid moeten opbrengen om de echte excellerende (onderzoek)projecten samen te steunen en in positie te brengen. Ook het Ministerie van Economische Zaken heeft onvoldoende positie, en is voor de uitvoering van Europese programma’s niet de geschikte schaal.

Excelleren vraagt het organiseren van netwerken tussen partners die vertrouwen moeten hebben in elkaar, die de regie van een regionale overheid willen accepteren, en die daarmee willen focussen op het halen van een toppositie.

Voor ons als Overijsselse bestuurders is FC Twente een mooi voorbeeld. Terecht is daar gekozen voor focus op kwaliteit. Alles wordt daaraan ondergeschikt gemaakt, maar de club is zich wel zeer bewust van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Je kunt alleen excelleren als je een positie hebt waarin anderen je die positie gunnen.

Geef hieronder uw reactie:
 
Naam *
Email *
Herhaal code *
Bericht *
De Stentor besteedde in haar weekendbijlage van zaterdag 12 mei aandacht aan een o ...
Naast leegstand van kantoren neemt ook de leegstand van winkelruimte in de Overijs ...
 
 
“PvdA moties waren vooral gericht op de soci ...
De PvdA-fractie in Provinciale Staten van Overijssel maakt zich ernstige zorgen ov ...

Het besef dat de mobiliteit van mensen niet alleen een kwestie is van het ...
 
De NS heeft deze week haar nieuwe dienstregeling bekend gemaakt. Dat ...